De “Dorn”-Therapie / Methode:

Het genezen met speciale handgrepen voor de wervelkolom en gewrichten is zo oud als de mensheid. De huidige vorm van de Methode “Dorn” is gebaseerd op een viertal grote pijlers;

* Een tot nu toe voor de westerse geneeskunde onbekende/nieuwe manuele    therapievorm met vernieuwende inzichten zoals de subluxatie van gewrichten.

* De kennis van de osteopathie.

* De kennis van de Traditionele Chinese Geneeswijze.

* De natuurwetenschappelijke kennis van de anatomie, psychologie, fysiologie, chemie en andere deelgebieden.

De basis van de ’’Dorn’’-methode is altijd de correctie van beenlengteverschil!
De benen zijn de steunpilaren van ons bekken. Als deze steunpilaren ongelijk lang zijn, ontstaat er een bekkenscheefstand!
Dit is een veelvoorkomend probleem, het leidt vaak tot heiligbeenverschuivingen veel chronische problemen: (darm en blaasproblemen, heup, lage rug nekklachten, kniepijn, voetproblemen, verzakkingen, scoliose, etc.).
Om dit beenlengteverschil te corrigeren gaat men in sommige therapievormen het “te” korte been kunstmatig langer maken (hakverhoging/ steunzool), hier bewandeld “Dorn” de andere weg, n.l. het korter maken van het “te “ lange been op een natuurlijke manier.

Dit korter maken doet de cliënt zelf, door het uitvoeren van een eenvoudige oefening.

De oorzaken van beenlengte verschil kunnen zijn: een val, vertillen, een misstap, maar vooral het zitten. Als je zit, staat de romp in een 90° graden positie ten opzichte van de benen. Dan ontspannen de heupspieren zich. Het heupgewricht bestaat simpel gezegd uit een kop en een kom, met daar tussen kraakbeen, bijeengehouden door spieren en pezen. Slaan we nu het ene been over het andere, dan wordt de kop van dat bovenbeen als het ware iets uit de kom van het heupgewricht ‘getrokken’.

Staan we nu op, en glijdt het gewricht niet automatisch terug in de goede positie, dan wordt de foute houding door het aanspannen van de spieren gestabiliseerd.
Nog sterker gebeurt dat in de auto, omdat die bij het zitten ook nog trilt. Door deze vibraties trillen de kop en de kom millimeter voor millimeter uit elkaar. Zo kan er een beenlengte verschil van wel 3 centimeter ontstaan.

Als na het corrigeren van het beenlengte verschil de basis in orde is, gaan we verder met het controleren van het bekken en daarna de wervelkolom. Eventuele wervels die niet in de juiste positie staan, worden gecorrigeerd. Deze correctie vindt plaats tijdens het uitvoeren van een bepaalde beweging.

Beweging.
Beweging is een wezenlijk element van de Methode “Dorn”. Alle correcties worden gedaan tijdens beweging. De cliënt beweegt zich, of hij pendelt met zijn been of arm of hij draait het hoofd naar links en rechts. Bij correcties van de extremiteiten (armen en benen) worden deze meestal vanuit de 90° -positie in een uitgestrekte houding gebracht. Bij de wervelkolomcorrectie komt de beweging in de regel uit het heen en weer pendelen van armen en benen. De beweging houdt de spieren bezig en "leidt ze af". Op deze manier kunnen de spieren de correctie niet tegenwerken. In rust houden de spieren de wervel in zijn verkeerde positie vast en is een correctie alleen mogelijk tegen de weerstand van spier in. Door de beweging wordt de wervelkolom in een kleine torsiebeweging (draaibeweging) gezet en laat daarmee de wervel makkelijker mobiliseren. Deze speciale manier van werken, namelijk corrigeren tijdens bewegen, maakt de Methode “Dorn” een milde behandelingsvorm.
 
Dorn1Dorn2
Geïntegreerde benadering.
Als geïntegreerde therapie houdt de Methode “Dorn” rekening met alle gewrichten en de gehele wervelkolom. Niet alleen de atlas (de eerste nekwervel) is voor alle mogelijke kwalen alleen verantwoordelijk of een verschoven iliosacraalgewricht (gewricht tussen bekkenbeenderen en heiligbeen) is altijd de oorzaak van alle klachten. Daarnaast beperken de symptomen zich niet alleen tot de wervelkolom. Bijvoorbeeld; een geblokkeerde tweede borstwervel kan uitstraling geven naar het borstbeen en bij langdurige blokkade ook zorgen voor gecombineerde hartproblematiek. Bij hartklachten bijvoorbeeld wordt door de “Dorn”-therapeut extra aandacht besteed aan het onderzoek van de tweede borstwervel als mogelijke oorzaak van de klachten.

De Methode “Dorn” richt zich in eerste instantie op het corrigeren van verschoven wervels of gesubluxeerde gewrichten. Gesubluxeerde gewrichten - welke een vergrote gewrichtsspleet kunnen laten zien - vindt men vooral bij de benen, armen en heiligbeen. Iedere vergrote gewrichtsspleet betekent een blokkade van de vrije stroom van *“levensenergie” en kunnen in de loop der tijd (rug)pijnklachten veroorzaken. *(zie ook universele-energie en “Dorn”)
Zulke "uitgerekte" gewrichten zijn niet volledig belastbaar. Zij kunnen door de Methode “Dorn” door druk met een gelijktijdige beweging in hun goede positie terug worden gebracht.

Toepassingsgebied.
Naar de tot nu toe opgedane ervaringen laten omkeerbare functiestoornissen van de rug en de gewrichten zich goed met de Methode “Dorn” behandelen. In het bijzonder de daarmee verbonden pijnbeelden zijn een dankbare indicatie. Deze therapievorm is bovendien toepasbaar voor alle klachten die direct of indirect met de wervelkolom verbonden zijn. Als zeer milde therapievorm is de Methode “Dorn” in principe voor alle mensen - oude en jonge*, gezonde en zieke - geschikt. 
*(zie ook “Dorn” bij kinderen)

Geen negatieve bijwerkingen.
Het allermooiste is dat men met deze behandeling niemand kan schaden, het klinkt onmogelijk. Met deze methode is het volkomen normaal dat men mensen met wervel en gewrichtsklachten pijnvrij kan maken, ook al zijn deze klachten reeds jaren aanwezig. Voor het toepassen van deze methode worden geen medicamenten, injecties of gereedschappen gebruikt, alleen onze handen. Het mooie van de ’’Dorn’’-methode is dat het zo eenvoudig, begrijpelijk en doeltreffend is.
Bijzonder effect kan men creëren bij: hoofdpijn(en), schouder en rugklachten, beenlengte verschil, bekkeninstabiliteit , bekkenscheefstand , scoliose , tennis-arm, muis-arm/hand, en vele andere fysieke en mentale klachten .